Klaas van der Kamp: “Ik geef gezicht aan de kerk op regionaal niveau”

Nieuws
De functie van classispredikant is in 2018 geïntroduceerd binnen de Protestantse Kerk in Nederland en relatief nieuw. Een groot deel van het werk gebeurt achter de schermen. Klaas van der Kamp is classispredikant van Overijssel-Flevoland en legt in dit artikel uit wat hij zoal doet. “Ik geef gezicht aan de kerk op regionaal niveau.”

Als leerling op een basisschool schreef ik ooit een opstel. Het had de titel: ‘Als ik groot ben, word ik dominee’. Als ik de tekst nu teruglees, herken ik het profiel van een gemeentepredikant. De predikant preekt, geeft les en bezoekt zieke mensen. Dat zijn allemaal dingen die ik als classispredikant ook doe, maar dan niet in een plaatselijke gemeente, maar als dominee voor andere dominees en kerkenraadsleden. Mijn gemeente bestaat louter uit ambtsdragers en omvat de provincies Overijssel en Flevoland.

Als ik op verjaardagen moet uitleggen wat ik dagelijks oppak, probeer ik het met woorden uit een seculiere omgeving. ‘Ik ben mediator’, zeg ik dan, ‘en coach’, ‘en organisatiedeskundige’. Als classispredikant zorg ik er in mijn regio voor dat de pastores en de kerkenraden hun werk goed kunnen doen. Ik praat met predikanten, ouderlingen, kerkrentmeesters en diakenen. Ik probeer te motiveren, uitleg te geven en wijs op ervaringen in andere gemeenten. Ik kom in een gemeente als er sprake is van langdurige ziekte. Ik geef uitleg als er zaken zijn die men niet-routinematig beheerst. Ik bemiddel als er getouwtrek is tussen mensen.

Soms kan je goede ideeën die in een enkele gemeente opborrelen, uitvergroten

Soms kan je goede ideeën die in een enkele gemeente opborrelen uitvergroten. Ik herinner me een telefoontje van een predikant uit Ommen die al vroeg in de gaten had dat er mensen in de knel raakten door de stijgende energieprijzen en toenemende inflatie. Zijn idee van een diaconale actie hebben we samen uitvergroot en heeft geleid tot een grote landelijke campagne.

Ik herinner me de verzuchting van een dominee of er op termijn wel voldoende pastores zullen zijn voor al het werk. We sloegen aan het rekenen en ontdekten dat we op termijn twintig procent tekort krijgen aan pastores in onze regio. Reden om alle pastores in de buurt van hun emeritaat bij elkaar te roepen en de situatie uit te leggen.

‘Als u wilt, kunnen we u ook na uw pensionering goed gebruiken’, was de boodschap. Een classispredikant bezoekt kerkenraden eens in de vier jaar. Ik spreek met hen over de zorgen, bijvoorbeeld de moeite ambtsdragers te vinden of alle kerkgebouwen open te houden. We praten ook over het geloof zelf. Dat geeft rust bij de meer operationele vragen.

Een enkele keer stuit ik op schrijnende situaties: als er bijvoorbeeld nog maar drie ambtsdragers zijn die al het werk voor hun rekening nemen. Iemand is voorzitter, beamerbediener, koster en beheerder van de begraafplaats. Op zo’n moment zoek ik naar mogelijkheden de gemeente in een nieuwe structuur te zetten, soms zelfstandig, soms in samenwerking met een andere gemeente.

Ik spreek veel pastores één op één. Soms bellen ze me. Zoals de predikant die de vraag kreeg van het tv-programma ‘Op1’ om iets te vertellen over de asielzoekers die zouden komen. Hoe zou je je moeten opstellen in zo’n programma? Ik denk mee en oefen met mijn collega in een soort rollenspel. Vaak zoek ik zelf contact met pastores. Ik spreek dan met hen over hun verwachtingen van het ambt. Ik stel hardop de vraag op welk gebied men carrière wil maken. Daarbij hoort ook de vraag hoe ze hun permanente educatie invullen, zodat ze zich kunnen blijven ontwikkelen.

Samen gaan we naar de regionale media om zendtijd te vragen, naar een regionale zorginstelling of een azc

Al deze taken zijn onzichtbaar. Daarnaast is de classispredikant bij onderdelen juist extra in beeld. Ik geef gezicht aan de kerk op regionaal niveau. Ik spreek namens de kerk met de politiek, de media, ouderenbonden, onderwijsinstellingen en de vereniging van kleine kernen. Ik breng vertegenwoordigers van diverse kerken bij elkaar in een kring van kerken. Samen gaan we naar de regionale media om zendtijd te vragen, naar een regionale zorginstelling of een azc, als we horen dat pastores moeilijk toegang krijgen.

Ik heb daarbij veel steun van predikanten en pastores in Overijssel en Flevoland, die elkaar ontmoeten in werkgemeenschappen. En ik krijg feedback van een eigen bestuur, de classicale vergadering. Ik mag daar vertellen over dat wat ik doe. In de praktijk is zo’n bestuurlijk kader een weldaad. Het geeft coaching en support en nieuwe ideeën.

Meer informatie? Kijk op www.klaasvanderkamp.nl.

Meer nieuws

Nieuws

Studenten en gevangenen samen aan het werk

Martin Jans is studentenpastor in Zwolle. Hij vertelt over Uitzicht: het project waarbij studenten en gevangenen samenwerken aan een kunstwerk op de gevangenismuur.  Een beetje onwennig stonden we in de sporthal van de gevangenis. De vloer was met zwarte matten afgedekt en er stonden tafels en stoelen voor ons klaar. We hadden papier mee, pastelkrijt, potloden en…

Nieuws

Drie predikanten over ’tegenwind’

Hoe leer je ongelukkig zijn? Hoe ga je om met kritiek? En wat doe je als je wordt geconfronteerd met verdriet en ziekte? Drie van onze predikanten – Gerlof van Rheenen, Nelleke Eygenraam en Hans Tissink – over ‘Tegenwind’. Het is het thema van het nieuwste nummer van ons magazine Gaandeweg.  Gerlof van Rheenen: Hoe…

Nieuws

Het werk van een Zwolse jongerenwerker

Als alles voor de wind gaat, heb je niet half door hoe rijk je gezegend bent. Toch zijn er veel jongeren die thuis dagelijks de wind van voren krijgen of die met vrienden omgaan die een duister of gevaarlijk pad zijn ingeslagen. Onder meer voor hen zijn de jongerenwerkers van Youth for Christ Zwolle elke…