De kracht van levensbeschouwelijk onderwijs

Nieuws

Hoofdredacteur van Gaandeweg – en predikant van de Open Kring – Cor Baljeu ging in gesprek met Gert-Jan van Leeuwen, zijn collega leraar Godsdienst/Levensbeschouwing aan het Carolus Clusius College in Zwolle. Hoe ga je om met lessen op levensbeschouwelijk gebied? Wat betekent dit voor de leerlingen? Hoe gaat dat in de praktijk? Drie startvragen, die de opening vormen voor een levendig en bevlogen gesprek.

Levensbeschouwing of Godsdienst?

‘Het belang van ons vak ligt in het feit dat het begrip kweekt voor mensen die heel anders in het leven staan dan jij.’ Gert-Jan spreekt liever over Levensbeschouwing dan over Godsdienst. Levensbeschouwing behandelt de vraag naar de kijk op het leven, waarin ook ruimte is voor het humanisme, terwijl Godsdienst uitgaat van het geloof in een hogere macht. Godsdienst is dan te beperkend. Levensbeschouwing kijkt breder. Hij constateert dat leerlingen in het voorgezet onderwijs weinig weten van religie, zich nauwelijks realiseren dat ze ook een beschouwing op het leven hebben. ‘Ons vak schudt dit bewustzijn wakker: ook al geloof je niet in een god, dat wil nog niet zeggen dat jij niet nadenkt over dingen.’

Bestaansrecht?

De vraag komt aan de orde of Levensbeschouwing niet in Maatschappijleer of Geschiedenis gevoegd kan worden. Gert-Jan: ‘Het verschil zit hem in de thema’s die je behandelt. Levensbeschouwing prikkelt tot nadenken over wat in jou en in die ander leeft. Daarover in gesprek gaan, daartoe daagt ons vak uit. In de onderbouw is het vaak: dat wat men thuis vindt, vind ik ook. In de derde klassen beginnen we de leerlingen te prikkelen: ‘het gaat er niet om wat je ouders vinden, wat vind jij ervan?’
Hij herinnert zich een leerling die in de brugklas overtuigd christen was. Twee jaar later vertelde zij atheïst te zijn. ‘Als gelovige zeg ik: jammer, want ik ervaar geloof als houvast en levensrichtsnoer en dat gun ik jou ook. Maar vanuit mijn onderwijsvisie zeg ik: ‘wat mooi, want dat betekent dat je zelf bent gaan nadenken, dat je zelf je keuze hebt gemaakt, dat je zelf vragen bent gaan stellen, dat je met deze thema’s bezig bent geweest! Dat vind ik heel tof, levensbeschouwing ten voeten uit. Dit meisje voelt zich helemaal thuis in dit vak. Zij krijgt alle ruimte in mijn les.’

Doel?

Is dat ook niet het doel van ons vak? Moeten we wel in termen van doelen spreken? Lopen we niet gewoon met onze leerlingen mee, wensen ze veel succes in het examenjaar en wat daarna komt? Gert-Jan stemt hiermee in, maar vult aan: ‘Het doel ligt in het stellen van de vraag zelf. In de klassen 5 vwo bijvoorbeeld leren leerlingen ethiek, dit is een wetenschap over de vraag naar goed en kwaad en hoe handel ik daarnaar. Een wetenschap zonder pasklaar antwoord. Voor leerlingen is het vreemd dat ze naar een les gaan waar ze geen pasklare antwoorden krijgen. Uiteindelijk gaat het om de vraag: ‘Wat voor mens wil jij zijn als je van deze school afgaat? Wat voor mens wil jij zijn voor je naaste en voor de samenleving? Wat past bij jou en wat voor rol kan jij vervullen in die hele grote wereld die jij gaat betreden? Dat is het unieke van levensbeschouwing.’

Alleen vorming?

Gaat het in de lessen dan helemaal niet over religieuze feiten? Is het louter en alleen levensbeschouwelijke vorming? ‘Nee, het eerste wat brugklasleerlingen leren, zijn levensbeschouwelijke symbolen. Jodendom bijvoorbeeld en haar zevenarmige kandelaar. God is het licht voor de gelovigen, iedere dag van de week. Maar het is ook een appèl aan de mens: als jij gelooft dat God het licht voor jouw leven is, zorg dan ook dat jij op jouw beurt licht bent voor je medemens. De vraag aan de leerling is dan: “Wie of wat is voor jou een lichtpunt in jouw leven?” Dan maak je de metafoor van licht tastbaar en invoelbaar. Op dat antwoord, kun je vragen: “hoe wil jij ernaartoe werken om een lichtend voorbeeld te zijn in een ik-gerichte wereld? Ons vak stelt daarover kritische vragen: “Ben ik de enige die ertoe doet?” “Sta ik dan centraal in de wereld?” Natuurlijk protesteren leerlingen dan en noemen vervolgens familieleden en vrienden. Maar die arme sloeber, die bedelaar in de stad? Zijn die niet evenveel waard? Die diepgeworteldheid, dat we één zijn, dat we samen als mensheid een eenheid vormen, dat dreigen we te verliezen. Die verbinding kunnen we in lessen Levensbeschouwing bespreken en zelfs laten ervaren.’

Cor Baljeu is predikant van de Open Kring in Stadshagen. Ook geeft hij les aan middelbare scholieren als docent Godsdienst/Levensbeschouwing.

Hoofdfoto: Hans van Eerbeek

Meer nieuws

Nieuws

Studenten en gevangenen samen aan het werk

Martin Jans is studentenpastor in Zwolle. Hij vertelt over Uitzicht: het project waarbij studenten en gevangenen samenwerken aan een kunstwerk op de gevangenismuur.  Een beetje onwennig stonden we in de sporthal van de gevangenis. De vloer was met zwarte matten afgedekt en er stonden tafels en stoelen voor ons klaar. We hadden papier mee, pastelkrijt, potloden en…

Nieuws

Drie predikanten over ’tegenwind’

Hoe leer je ongelukkig zijn? Hoe ga je om met kritiek? En wat doe je als je wordt geconfronteerd met verdriet en ziekte? Drie van onze predikanten – Gerlof van Rheenen, Nelleke Eygenraam en Hans Tissink – over ‘Tegenwind’. Het is het thema van het nieuwste nummer van ons magazine Gaandeweg.  Gerlof van Rheenen: Hoe…

Nieuws

Het werk van een Zwolse jongerenwerker

Als alles voor de wind gaat, heb je niet half door hoe rijk je gezegend bent. Toch zijn er veel jongeren die thuis dagelijks de wind van voren krijgen of die met vrienden omgaan die een duister of gevaarlijk pad zijn ingeslagen. Onder meer voor hen zijn de jongerenwerkers van Youth for Christ Zwolle elke…